Zoals u weet, maak ik mij niet al te druk in het huishoudelijk gedrag mijner kinders. Ze moeten geen klusjes doen, niet helpen met wat dan ook, ik zal gewillig komen aandraven met drinken en snackjes, kortom ze hebben een luizenleven. Het enige wat ik door de band verlang is geen gezeur aan mijn hoofd. Dat wij hier allen nogal van het gemakszuchtige soort zijn, dat had u vast ook wel begrepen. Ik zal de eerste zijn om het van mezelf toe te geven. Maar soms, soms maakt iemand het wel heel erg bont. Zoals gisteren. Dochter, reeds voorzien van een vieruurtje, haar schoolkaft door mij klaargelegd op de tafel voor het huiswerk, roept terwijl ik in de keuken het avondeten sta te roeren. Daar hebben we de afgelopen tijd al menig dispuut over gehad, want ik vind dat zij ook wel eens naar mij kan komen. Om te laten zien dat die ene tekening wel heel goed gelukt is, of om drie touwtjes aan elkaar te laten knopen. Ik zeg zomaar wat. De kilometers die ik afdraaf omdat Mevrouw te tam is om zelf te bewegen, zouden doen vermoeden dat mijn conditie beter is dan in realiteit het geval is. Maar goed, ze roept. Of ik haar potje met de maaltafelkaartjes wil brengen. Want dat steekt nog in haar boekentas. Haar boekentas die drie meter van haar af staat en tien meter van mij. Ik weiger. Zij dringt aan. Want tenslotte is zij net rechtgestaan om te gaan plassen. Ik weiger en zeg dat ze niet zo lui moet zijn en haar rommel zelf moet nemen. Leg het afstandsverschil zelfs uit. Ze blijft jammeren. Heel verontwaardigd. En toen werd ik boos. Niet zomaar boos maar BOOS. Ik heb mijn hand op de keukentafel geklopt en gekrijst dat als ik nog één woord van die strekking zou horen, ze direct naar bed kon gaan. Om half vijf, jewel. Ik heb zo geroepen dat ik er acuut een duizeling van kreeg. Maar indruk heeft het wel gemaakt. Ze heeft geen kik meer over het potje gelaten en kwam zelfs een paar minuten later vrolijk over iets anders keuvelen. Misschien moest ik dat wel meer doen, jammer alleen dat tot op heden de van coleire gesprongen bloedvaten in mijn hoofd nog aan het hergroeperen zijn. En jammer ook dat ik mij vanochtend weer liet vangen aan een 'Mama, kom eens?'. Maar ik moet toegeven dat de lepel die kaarsrecht in het yoghurtpotje bleef staan, de moeite was om mij te verplaatsen. Hij was vast niet zo mooi recht gebleven als zij naar mij toegekomen was. Zucht. |