30 april 2007

Op weg en aangekomen

De prelude tot de rit naar zee was zoals altijd stressy.  Geliefde wil zeker zijn dat er geen kranen staan te lopen, geen gasvuur staat te fikken, dat alles ingeladen is, dat iedereen (Vogeltje en Hond) geplast heeft en dergelijke meer.  Voor we in de auto stappen is hij al leknat van het regelzweet en ben ik al redelijk slechtgezind van zijn zenuwachtig gedoe. 

De Kennedytunnel is voor mij een bron van Angst met een A .  Ik had al op voorhand gezegd dat we tijdens die over(onder?)steek niet gingen converseren maar Concentreren en aangezien dat een heel druk stuk was, zat ik al met gortdroge mond en dito ogen van het speuren naar Onheil vastgeklampt in mijn zetel.  Maar soit, dat hebben we weer overleefd.  Bijna aan de kust moeten we ergens linksaf maar de Wegenwerken hebben ook de kuststreekt niet ontzien en we moeten een stukje omrijden.

Aangezien ik, zijnde een Hyachinth Bucket in het kwadraat ,telkens de vermaning krijg dat ik mijn mond moet houden want dat ik Zijne Geliefdigheid in verwarring breng door mijn onnutige Pasoepen , zwijg ik netjes terwijl hij een verkeerde afslag neemt.  Na een hoop gevloek dirigeer ik hem dan toch in de juiste richting.  Even verder moeten we bruggen over die helaas rechtdoor gesloten zijn en ons nopen tot een Brug Te Ver.  Geen probleem , want vlak na die brug kan je rechtsaf en kom je vanzelve op het juiste pad.  Zo niet Geliefde, die qua oriëntatiebedeling duidelijk niet op de eerste plaats stond.  Hij rijdt rechtdoor (want wederom heb ik niet op tijd gegild NAAR RECHTS NAAR RECHTS want dan denkt hij weer dat er Malheuren op komst zijn.)  Veel gevloek en gezucht later en wat gegrom naar Vogeltje die zelfs in tijden van Oriëntatiecrisis haar mond niet kan houden, zijn we dan toch eindelijk ter plaatse.

In ons appartement aangekomen, trek ik uiteraard onmiddellijk de rolluiken op.  En eentje nogal fors, waardoor het , oeps, helemaal in de rolluikkast schiet.  Geliefde vloekt nog harder, en ik krijs dat ik NU WEER WEET WAAROM IK  NIET GRAAG NAAR ZEE KOM EN DAT DIT NU ECHT DE LAATSTE KEER IS.  Hij lacht ermee en verontschuldigt zich zelfs terwijl hij het rolluik uit zijn behuizing prult.  Nadat hij mij vriendelijk verzocht heeft om aub niet heel het WE te pruilen, hou ik er ook mee op en plooi mezelve in een ietwat vriendelijkere stemming.

Dan doen we een strandwandeling en een terrasje in het zalige, echte lenteweer van een 18-tal graden.  Heerlijk.  Misschien moesten we toch wat meer naar zee gaan...

De commentaren zijn gesloten.