26 oktober 2010

Ook de Ikea is een filiaal van de hel.

Ik ben geen Ikea-liefhebber. Ik ben geen winkelliefhebber tout court maar Ikea scoort hoog op de lijst Ten Allen Prijze Te Vermijden.

Helaas breekt er in elk Westers huishouden een moment aan dat men er niet omheen kan. Een kind maakt iets stuk, of groeit gewoonweg - zo zijn de kleine snoodaards nu eenmaal - en dan moet men noodgedwongen de afkeer opzij zetten, diep ademhalen en gaan.

Zo geschiedde ook vandaag. Toen ik de parking opreed, had ik een klein beetje hoop want het gebouw zag eruit alsof het na de burgeroorlog uit Libanon geïmporteerd was.
Helaas slechts gedeeltelijk, de winkel zelf was nog intact.

Ik haastte mij door de gangen, grabbelde her en der wat kaarsen mee want niemand kan de Ikea uitkomen zonder kaarsen, dat is een natuurwet, vond wat ik zocht, betaalde en begaf mij naar de Afhaling der Goederen. Of beter gezegd: ik begaf mij naar de plaats waar Afhaling der Goederen altijd geweest is.

Na een kwartier werd ik al een beetje onrustig, vooral omdat de nummers op het bord nog niet van verre de volgorde hadden waarin mijn nummer stond.

En toen vroeg een mevrouw aan een andere wachtende of ze wel juist zat voor afhaling. Nee dus. Afhaling diende te geschieden in een heel ander gebouw aan de overkant van de straat.

Dat kon men aan de kassa blijkbaar niet even melden. Tenslotte neem ik aan dat ik niet de enige ben die niet maandelijks de meubelhel frequenteert en derhalve door ervaring op de hoogte is.

Lichtjes stomend reed ik naar het andere gebouw waar mijn pakket stond te wachten. Voorzekers al een kwartier. 20 kg woog het. Wat mij niet onoverkomelijk leek. Ware het niet dat het een pakket was dat de reikwijdte van mijn armen ietwat te boven ging.

Ik probeerde halfslachtig, gaf het op en wilde mij net omdraaien om Een Man te zoeken toen bleek dat er al Een Man op mij afstevende.

Want één der eigenschappen van Een Man is dat hij graag hulpeloze vrouwen ter redding komt. De Man positioneerde mijn aankoop moeiteloos in de koffer en nam zelfs mijn karretje mee om het terug te zetten.

Waarna ik mij huiswaarts kon begeven in de hoop dat ik de komende zoveel mogelijk jaren van Ikea gespaard blijf. Wee het kind dat nog durft te groeien of door zijn bureaustoel te zakken.

14 oktober 2010

Fuck de maximumfaktuur!

Ge hebt twee soorten ouders. Het enthousiaste soort en het andere. Ik verklaar mij nader. Er zijn ouders, en ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het vooral moeders zijn, die bij elk initiatief -schools of buitenschools- een welhaast bovennatuurlijke geestdrift vertonen en zij die dat niet doen.

Ik bijvoorbeeld word redelijk woest van brieven met als inhoud : 'Gelieve tegen eergisteren drie vellen zwart met geel geruit papier, een kruisspin met 7 poten, een blauwe outfit met engelenvleugels en een weckpot met inhoud van 6,345 dl te voorzien'. Om maar een voorbeeld te geven.

Toen er verleden week een schrijven was, waarin gemeld werd dat de kinderen zich zouden gaan verkleden als uilen werd het mij even zwart voor de ogen. Het masker zou op school gemaakt worden (oef) er werden kledingtips gegeven (iets minders oef want bruin is geen dominante kleur in Dochters kleerkast) maar er werd van ons wel een zaklamp die op het hoofd bevestigd kon worden verwacht.

Geen nood, men ging ons niet op kosten jagen. Een gewone lamp en een strakke haarband waren afdoende!

Hebt u al eens geprobeerd een zaklamp middels een haarband rond het hoofd van uw zevenjarige te bevestigen? Niet langer dan vijf seconden hebben we moeten wachten tot ze op de tegels lag. De naam lamp niet meer waardig.

Dus het werd de AS. Waar ik voor een luttele 19€ een Echte Hoofdzaklamp kocht. Het goedkoopste model. Zoals waarschijnlijk iedereen van de klas. Voorts dienden nog wat bruin/oranje toestanden aangeschaft. Nee, men jaagt ons niet op kosten, men zou niet durven!

Maar dat is nog niet het ergste. Ik zou met liefde een zak geld neertellen voor een school waar men niks creatiefs doet. Of toch niks waar ik zoektochten voor moet doen of na vier uur nog voor moet opdraven om ze te aanschouwen

Ik ben geen enthousiaste ouder dus. Maar dat had u vast al geraden.

12 oktober 2010

De kontrol

Alhoewel mijn wagen slechts 4 jaar oud is, moest ik eigenlijk al twee jaar naar de controle. Omdat hij ooit gekeurd is om een trailer te trekken. Want eens gekeurd is jaarlijks gekeurd.

Het bevel tot herkeuring negeerde ik wel twee jaar lang. Want ik vernam uit goede  bron dat een accident dat niet gerelateerd is aan waar de wagen voortijdig voor gekeurd moet worden, toch niet telt.

Toen hij zijn vierde kaarsje uitblies, was er echter geen weg meer naast. Of toch niet meer dan nog een maand of 4 procrastinatie. Ik trok uit het toen aanwezige boeket van groene kaartjes een willekeurig en toog enigszins bevreesd naar de controle.

Zoon bezwoer mij dat het geen examen was en dat ik dus geen schrik moest hebben om zelf gebuisd te worden als zijnde een Wijf met hoofdletter W.

Dat het controleding verschillende ingangen telt, zijnde die mét afspraak en die zonder -zoals ik- daar wist ik niks van. Eén keer raden waar ik stond. Gelukkig als enige dus de meneer van dienst wuifde mij rap door.

De hindernis van de juiste autopapieren werd kordaat opgelost door een controleur die mij manu militari het kaftje met de tig verzekeringspapieren afpakte om zelf te zoeken naar de juiste, plus de roze kaart.

Alles ging goed tot men op zoek moest naar de koplampsproeiers. Kid. You. Not. Ik wist niet dat ik ze had en blijkbaar waren ze niet simpel te vinden. Maar de mannen van Kontich, Het Universum zegene en beware hen, wisten van geen ophouden. De komplampsproeiers moesten en zouden gevonden worden. Een extra emmer water werd in het sproeiding gegoten voor de zekerheid.

Allengs brak ons allen het zweet uit want de sproeiers wilden hun naam geen eer aan doen. En mijn instructieboekje? Dat lag natuurlijk thuis, van die tijd toen ik de mistlampen eens wou opsporen. Te langen leste werd het raadsel ontsluierd. Ze werken enkel na een keer of drie voorruit sproeien mét motor aan.

Die hindernis genomen moest ik naar de volgende hangar rijden. Alwaar prompt mijn achterbanden afgekeurd werden.

2 weken en een rel met het bandencentrum die ze vergeten bestellen was later, bood ik mij opnieuw aan. Aan de juiste ingang nog wel. Dit keer in een enorme file. Een der controleurs kwam even aan mijn raam staan lachen. Op mijn: 'Ah gij kent mij nog', roloogde hij. Wat erin resulteerde dat toen in eindelijk mocht binnenrijden, ik zijn instructie van meer rechts sturen niet begreep. 'De andere rechts!' scandeerde hij.

Een fortuin en veel okselvijvers later ben ik de gelukkige bezitter van een goedgekeurde auto. Volgens mij kunnen ze amper wachten tot ik volgend jaar weer mag. Dikke kudo's voor Autokeuring Kontich. Zeg dat ik het gezegd heb.

07 oktober 2010

Hiep hiep happy pasen!

Eerder verschenen op Jutblogt

U weet hoe men een heel jaar door geplaagd wordt door feestelijkheden allerhande? Het hangt er wat vanaf hoe groot uw familie en vriendenkring is, maar zonder twijfel zit u elke maand wel met een paar jarigen her of der.

Niet alleen blijven mensen maar leeftijd aankweken, ook het feit dat we moeder of vader zijn dient gevierd. Hier in Antwerpen zelfs twee keer. Komt daar nog Pasen bij, communies voor de gelovigen en oh ja eerst nog wat gedoop voorafgaand, een huwelijk of wat en na een aantal jaar de zoveelste huwelijksverjaardag. Van Tante Georgette en Nonkel Frans tot Neef Wim en zijn An, ze zullen het feit dat ze 50 dan wel 10 jaar mekaars leven verzuren niet onopgemerkt laten voorbijgaan!

Is het kind ietwat pienter, dan studeert het af en hebt u helemaal pech dan wordt er ook nog wel gedoctoreerd. Ondertussen gaat uw pa feestelijk met pensioen en vertrekt uw broer mét afscheidsparty naar Azië (het langharig werkschuw tuig, tssss.)

Uw beste vriendin verhuist en wil haar huis per sé opgewarmd weten, uw nicht treedt in het klooster en de buurvrouw doet een babyshower.

Sinterklaas heeft amper de tabberd opgeborgen of daar moet u al weer cadeaus voor Kerst gaan verzinnen en de daarbij horende spijs en drank aanslepen. Maar wacht, daartussen is er nog een kind jarig en komt u nu vooral niet op adem want 10, 9 , 8…het is Oudjaar!

U zet het jaar in met zoveel nieuwjaarsborrels dat u uw lever Foie Gras mag noemen en dan begint de ellende weer van voor af aan.

Dit alles in acht genomen heb ik een voorstel. Waarom doen we geen Nationale Feestdag. Maar dan niet om het land te vieren. Nee we doen één dag per jaar, en ik stel 27 mei voor, een gigantisch festijn waarin al het voorgaande in één keer gevierd wordt.

Iedereen krijgt een verjaardags-en een kerstcadeau. De dat jaar geborenen wordt een extra knuffelbeest toegeworpen, voor de gepensioneerden leggen we allemaal bij voor een horloge. De verkasten krijgen een plant, de zoveel jaar gehuwden een taartschaal, de gedoctoreerden een Mont Blanc vulpen, nicht Non een gouden kruisje. Uw broer die ondertussen in Thailand zit stuurt u een stel proper onderbroeken toe en de trouwers krijgen het felbegeerde servies.

We borrelen heel de dag door, vanaf tien uur ’s ochtends, snijden des noens een kalkoen aan, we hangen paaseieren in een kerstboom en om 16 uur komt de Sint langs! Tegen zeven uur hijsen de kinders zich in carnavalspak en ondertussen steekt uw pa de oesters open en vermoordt Nonkel Frans wat kreeften. Om 12 uur is er champagne, wordt er uitbundig gezoend, wensen we elkaar het beste toe en terwijl de kinderen de laatste confetti en slingers gooien ter concurrentie met het vuurwerk mag er nog een kerststronk achter de kiezen gestoken worden.

Niet later dan twee uur des nachts is iedereen zo moe, dronken en mottig dat de Nationale Feestdag stilaan ten einde loopt.

Stel het u eens voor : een heel jaar peis ende vree. Niet elke maand 4 keer om een cadeau moeten, geen saaie familiefeesten om de haverklap. Geen paasvreten, geen verplichte recepties. Want het is u toch ook al wel opgevallen dat iedereen altijd zegt : we MOETEN naar een trouwfeest of iets dergelijks. Nooit eens : joepie we mogen. Dat heeft een reden, beste lezers. We zijn namelijk overfeest. Maar niks van dat alles meer.

Vanaf nu hebben we 27 mei.

06 oktober 2010

Op grote voet

Toen de dochter geboren werd, had ze al merkwaardig forse onderdanen voor zo'n klein wezentje. Een kennis van mijn ma zei: 'Dat wordt een reuzin'. Waarop iemand opmerkte dat het een baby was en geen puppy.

Nou, die kennis heeft gelijk gekregen. Zeven jaar en tien maanden telt ze, en veel meer dan een flink hoofd kleiner dan ik is ze niet.

Voor de zomer liep ze rond met maat 35. Midden augustus moest ze een 36. Vandaag gingen we om nieuwe turnpantoffels en laarzen. De voeten werden gemeten. Ik viel zo ongeveer achterover toen de winkeldame mij vertelde dat ze een 37 moest hebben.

Een beetje wantrouwig liet ik haar een laars passen, verzocht haar de hiel zo ver mogelijk naar achter te duwen en vervolgens eens met de tenen te wiebelen. Meer dan een kleine centimeter speling bleef er niet over.

Een ze-ven-en-der-tig mensen. Ik heb een Berner Sennepuppy gebaard.