29 september 2011

Eerst hadden we een iPhone. Dan een iPad. En nu is er...

... iKat!

Een tiental dagen geleden kwam tot ons een paar honderd gram roofdier.

Voorzichtig introduceerde ik dit nieuwe wezen aan Gaston, die toch al een jaar of vier denkt dat hij de baas van dit huis is. Eerst in de transportmand en toen hij geen aanstalten deed om razend van coleire zijn tanden in de tralies te zetten, op mijn schoot.

Gaston kwispelde ontroerend enthousiast. Wat nu volgt is de chronologie van de teloorgang van een rijk. En wel dat van Alleenheerser Hond.

Dag 1: Gaston besnuffelt iKat met een passie die aan het onwelvoeglijke grenst. Zij is totaal niet schuw en laat het zich welgevallen.

Dat zij ook eet is een verrassing voor hem. Zijn eigen eten wordt altijd mondjesmaat verorberd maar de brokken van iKat lijken wel kaviaar. Of het hondenequivalent. Snood als wij zijn, zetten we haar bak op een kindertafeltje waar zij via een kinderstoeltje moeiteloos aankan maar hij niet.

Des avonds zitten wij met de hele kudde in de zetel. Peis. Vree.

Dag 2: iKat heeft duidelijk niet veel tijd nodig gehad om te wennen aan haar nieuwe omgeving. Dat ze haar prille leven met niet minder dan zes honden, waaronder een paar soortgenoten van Gaston, heeft doorgebracht is te merken. Nu is zij degene die hem achtervolgt. Dat stemt hem al iets minder vrolijk.

Dag 3: Een kat heeft klauwen. Scherpe klauwen. Tot die conclusie kwamen wij allen. De mensen iets beter voorbereid dan de hond. iKat ziet in de nog steeds enthousiaste Gaston een levend speeltje en maakt er haar hobby van om hem vanaf een verhoogje te slaan als hij wat te dicht komt. Ik vrees het moment dat zijn bolle chihuahua-ogen gereduceerd gaan worden tot uitgelopen spiegelei. Verbolgen loopt hij weg.

Dag 4. Gaston kent geen rust. Zit hij bij mij, dan wordt hij verjaagd, zit hij in de zetel alleen: idem en zelfs zijn mand is niet veilig. Ze jaagt hem eruit en gaat er zelf liggen. Drie seconden toch. Want dan gaat ze weer in stalkmodus.

Dag 5. Gaston die gewend is om de hele dag op zijn gemak te dutten, lijkt wel wallen te krijgen. Hij komt om de vijf minuten bij mij staan met een blik die het leed van de wereld in zich herbergt. Red mij. Zegt de blik. Red mij van dit wezen.

Hij doet pogingen om net als zij te slaan met de voorpoten. Maar aangezien hij slechts botte nagels heeft, maakt dat niet veel indruk. Maar schattig is het wel.

Dag 6. Status quo. Hij eet dubbel zoveel als gewoonlijk. Topsport vergt natuurlijk kracht.

Dag 7. Eindelijk, EINDELIJK grolt hij eens bij de zoveelste Cato-aanval. En doet zowaar een geste tot knappen in haar richting. Ik juich hem inwendig toe. Maar na die schamele poging tot zelfverdediging, geeft hij het meteen op.

Dag 8. Er is een modus vivendi. Zomaar vanzelf. Zij plaagt hem nog af en toe, hij weert halfslachtig af maar meer dan driekwart van de dag laten ze elkaar gerust of liggen elk in een andere zetel te dutten of jaagt iKat op speelgoed, krijtjes, papiertjes en wat er maar te vinden is in huis. Wat veel is.

We kunnen concluderen dat iKat vanaf nu met recht de titel Koningin der Inpandige Zoo van Disfunctia mag dragen.

De Koning is dood(moe), Leve de Koningin!

15 september 2011

Katastrofe

Huisdieren zijn overrated, schreef ik ooit. Een standpunt dat ik nog steeds huldig. Totaal in lijn met mijn Streven Naar Minder Beesten sneuvelden ondertussen de Blinde Bull Terriër, één parkiet en twee vissen. Ik was op goede weg, vond ik zelf.

Nog een Chihuahua en een parkiet te gaan tot het Diervrije Huishouden, dat leek bijna haalbaar. Bijna, want zowel Chihuahua's als parkieten schijnen een behoorlijke leeftijd te behalen.

Toen maakte ik echter de vergissing om op Facebook een kitten te zien én met een 'och kijk eens hoe lief' te tonen aan Meneer Mijn Echtgenoot.

Lang verhaal kort: mijn Streven Naar Minder Beesten (zullen we het SNMB noemen?) werd omvergeblazen door mails met prentjes van überschattige katjes die vroegen of ik hun Mama wou worden.

Wij zijn dus in blijde verwachting van de volgende rustverstoorder. En aangezien ze zondag al komt, ziet het er niet naar uit dat het een miskraam gaat worden.

Eens curieus hoe lang het duurt voor ofwel Gaston zijn puilogen worden uitgekrabd, ofwel Kitten nekvelgewijs wordt doodgeschud. Place your bets!

 

12 september 2011

God straft onmiddellijk

Ik geloof niet, dat moge duidelijk zijn, maar een mens zou toch beginnen twijfelen als niet langer dan twee uur na het posten van voorgaand stukje uw dochter zegt:

'Ik ga volgend weekend met papa naar de scouts, want Vriendinnetje X gaat daar ook en dan ga ik eens een keertje proberen of ik het leuk vind.'

Serieus.

Aflaten, is dat nog te koop tegenwoordig?

En ik die dacht dat sjorren iets met touwen was

Als dank voor een Goede Daad kreeg ik een lunch in het park aangeboden. Wij besloten buiten te zitten, ondanks het miezerige weer, wegens een gezamenlijke verslaving, zij het van een verschillende merk.

Bij de tweede aperitief en de vierde sigaret kwam er een jongeling of tien aan, keurige kerels van de leeftijd die ik Postpubers pleeg te noemen. Ze namen plaats op een meter of tien van onze tafel. De Jongelingen bestelden een frisdrank, of misschien ook niet want daar heb ik niet op gelet maar zo zagen ze er wel uit.

Wij keuvelden gezellig verder tot mijn oor iets opving. Ik onderbrak het gesprek, keek met ogen als schoteltjes naar de Tafelgenoot en vroeg: 'Heb ik dat nu goed gehoord?'.

'Ik hoorde "neuken",' monkelde Tafelgenoot.

En dat was precies wat ik gehoord had. Een der Jongelingen had redelijk luidruchtig verkondigd over wat blijkbaar een gezamenlijke vrouwelijke kennis was, dat die 'Alleen goed genoeg was om eens te neuken op een scoutsfuif.

Van de slag was ik dolblij dat mijn dochter nooit naar een jeugdbeweging zal gaan. Omdat ik daar een ongefundeerde afkeer van heb. Of had want nu lijkt die wel stevig onderbouwd. Geneukt worden op een fuif door Jongelingen die een groot deel van hun vrije tijd in korte broek doorbrengen. Dat wenst ge uw nageslacht toch echt niet toe.

02 september 2011

What's in a name.

Ik heb het al eens gehad over de Sanseveria en Andere Ergerlijke Kamerplanten.

Het mag niet verbazen dat ik bij de laatste heuglijke gelegenheid weer eentje van het mandjessoort cadeau kreeg. Want zo hoort dat bij Heuglijke Gelegenheden.

Nu zou dat normaal geen probleem mogen zijn. Men laat het onding gewoon verkommeren tot hij van ellende eieren voor zijn geld kiest en wegdeemstert.

Helaas zit dat er niet in, of toch niet in de nabije toekomst. Want wij hebben hem een naam gegeven. En we weten allemaal dat iets dat ge een naam geeft, niet moedwillig moogt laten doodgaan. Dus ik voel mij verplicht om hem water te geven. Hij is zelfs zo lelijk dat ik er meelijdend naar kijk. Mocht het niet zo idioot staan, ik zou hem zelfs aanmoedigende woorden toefluisteren.

Ik moet ook bekennen dat ik hem al ter adoptie heb aangeboden maar niemand wil hem. Eigen schuld, ik had er maar geen foto moeten bijzetten.

Graag zou ik u de naam van mijn Zielige Mandjesplant verklappen maar hij heet zoals Appelmoose intecht heet. Ik ga er een bordje voorzetten: 'Elke gelijkenis op naamgebied met bestaande wezens is geheel toevallig'. Want dat was het ook. Verre zij het van mij om De Heer Appelmoose van zielige planterigheid te betichten. Ik hoop wel dat hij het ons vergeeft.