26 september 2014

Dwaasland.

Ik woon nu een maand of zeven (de helaasheid der dingen en het dagelijkse leven willen dat ik de datum niet weet, pak een eind in februari, mogelijks vroeger, mogelijks later) in Het Waasland.

Dat mijn kind, Antwerpenaar in nek, vooral nek, en nieren, ooit minachtend de grootste markt van België als 'dat Pleintje' betitelde, nu ook Het Waasland afkort tot Dwaasland mag geen indicatie zijn voor mijn recensie van Het Nieuwe Nest. Maar het moet gezegd zijn, ze is grappig. Of dat vinden toch Dwaaslanders die ooit uitgezwermd zijn. Sedentaire Dwaaslanders lachen daar minder mee.

Bon.

Indrukken van een inwijkeling:

-Men verstaat u. Er was mij gezegd dat mijn accent geen Algemeen Nederlands is. Ik vond dat vreemd want heel VTM graait al minstens 20 jaar een shitload aan inkomsten bijeen met niet anders dan Antwerps, hoogstens afgetopt naar Verkavelingvlaams, maar kom. Ge weet dat niet he, heel andere provincie. Geen angst dus, ze geven u een pakje Marlboro als ge daar om verzoekt.
Ik tràcht wel mijn i's en a's onder controle te houden, maar eens dat ge klinkers geleerd hebt, ligt dat moeilijk natuurlijk.

-Het Kind vindt de mensen hier wreed onbeleefd. Want ze zeggen geen u. En ik moet zeggen dat ik ook wel schrok toen de Postmevrouw zei: 'Mor da geef ni jong'. En nee, ik vergat geen t.

-Mijn grootste angst was hier een Carrefour binnen te stappen, te moeten vragen naar Fever tree tonic en dan een Dwaaslander die u bekijkt alsof men u  net uit een instelling heeft losgelaten.
Nee, dat is stellig niet het geval. Het geval is wél dat men ijverig zoekt naar gewenst product en u dàn bekijkt alsof u uit een instelling bent losgelaten en zegt: 'Neee, dat hebben we precies niet.' Mijn neiging om het behulpzame Carrefourjong na te roepen: 'Het bestaat, het bestaaaaat', heb ik onderdrukt.

-Autorijden.
Mijn teller staat op 190000 met deze auto alleen, ik vind mezelf een ervaren chauffeur. Ik durf op snelwegen limieten overschrijden maar Dwaasland leent zich daar niet voor. Daar hebt ge namelijk voornamelijk Kronkelwegen.

In Dwaasland hebt ge twee types chauffeurs: de boer die zijn tractor vaarwel zei, zich een degelijke Mercedes permitteerde (Mercédes uitgesproken, wat toevallig juist is, als ge Spaans spreekt, maar wat geen Antwerpenaar ooit over zijn lippen zou krijgen), en die 40 rijdt. Altijd. Overal.  En dan hebt ge De Rest.

De Rest rijdt of er geen morgen is. De Rest zou u van de baan willen rijden als ge u aan ne limiet houdt, en al zeker als het Een Kronkelweg betreft. Of er naast u een afgrond, al dan niet met Een Vijver lonkt , maakt niet uit.

Een tussenweg is er dus niet. Ge hebt ofwel voor u De Boer, ofwel achter u De Rest.

In 't Stad zet ge u als ge geen parkeerplaats vindt casual half op het voetpad. Hier niet. Hier parkeert ge u pontificaal naast de weg zodat elk verkeer in uw richting noodgedwongen angstvallig moet kijken of er geen tegenligger komt om toch de weg te kunnen vervolgen. En aangezien dat zich liefst nog in een bocht afspeelt, is dat soms wel een spannend moment.

Maar dat geeft niet hoor, soms heb ik mijn ochtendkoffie wegens tijdsdruk toch nog niet volledig kunnen verorberen, en dan is zo'n adrenalinestoot mooi meegenomen, onderweg naar De Beschaving.

Zijn er dan geen positieve punten? Jawel hoor! We hebben hier het plaatselijke winkelcentrum. Ik zou 'shopping' zeggen, ware het niet dat dat zo'n hatelijk woord is. Maar het moet gezegd, ik ben fan.
Wie zou geen fan zijn van een mini Wijnegem. Waar ge geen vijf kilometer moet lopen om te beslissen tussen tweee kleekes. Een overzichtelijke rechthoek met twee dwarsbalken. Miniversies van àl uw favoriete winkels én een aquarium met pirhanas.
De buren zijn hier Echte buren. Niet plattelandsopdringerig maar als ge iets moet hebben of weten, dan zijn ze er. En wij voor hen, getuige mijn minsaldo aan aanmaakblokjes voor hun barbecue. De barbecue die hier Hoog in Het Vaandel staat. De zon mag niet schijnen (en soms doet ze dat niet maar dan is het toch 20 graden en net geen armageddon aan stortbuien) of er wordt iets in de fik gestoken. Ik moet zeggen dat mijn neiging tot Geen Dieren Eten toegenomen is na de relocatie. Vooral Geen Dieren Gemarineerd in Aanmaakblokjes met een Fikse Scheut van Aanmaakvloeistof.
 

Ik ben zo gelukkig in Dwaasland. En dat is niet eens cynisch bedoeld. Men vroeg onlangs wat ik zou doen, als Dingske niet langer naar De Parel Van Vlaanderen en Verre omstreken moet getransporteerd worden. Ik zei: ' Awel. Ik denk dat ik hier blijf.' Ik heb een klein beetje veel mijn hart verloren hier. Een klein beetje Heel Veel. Maar dat was al zo voor de relocatie.

Spiegeltje, spiegeltje...

Wij gingen op verlof. Daar wil ik op zich niet al te veel woorden aan vuilmaken: hetzelfde als verleden jaar met dezelfde activiteiten, zijnde eten, drinken, dutten, lezen en absoluut niet bewegen voor het overige. Bliss, quoi.

Echter, op dag drie of vier, ik wil het kwijt -in het land van total bliss vervaagt dat allemaal- zegt Mijn Echtgenoot opeens: 'Kijk, KIJK, dat is uw dubbelganger!'. Ik zag enkel haar achterkant en wilde al direct een reeks verontwaardigde blikken tevoorschijn halen want de vrouw had best een forse bilpartij maar hij haastte zich te zeggen dat het om Haar Gezicht ging.

Dame in kwestie zette zich binnen loerafstand en ik heb de rest van de avond stiekem edoch vasthoudend naar Mezelf gegluurd. Kunt ge u voorstellen dat ge zonder spiegel naar uw eigen gezicht kijkt? Naar uw haar zelfs. Naar uw armen. Naar uw Gebaren, godbetert!

 

'Geef haar een dieetje en u nog twee weken hotelbuffet en ik zou niet meer weten met wie ik getrouwd ben,' sprak De Liefde van Mijn Leven minzaam. Aangezien hij een punt had (oooh hotelbuffet, ik mis u), kon ik niet anders dan hem volkomen gelijk geven. Ik had immers ook naar mijn potentiële onderkin gekeken.

De twee volgende dagen heb ik mij doorlopend afgevraagd wat ik aan het doen was, terwijl ik op mijn luie stoel zat. Wat ik in het dagelijks leven zou doen, moest ik niet op verlof zijn. We hadden al besloten dat ik vast niet werkte. Zelfs niet als ik ik ben. Het Universum moet nu ook niet té scheef getrokken worden, al is het parallel.

De voorlaatste dag van ons verlof kwam ze wel heel dicht bij ons zitten. We hoorden haar spreken tegen kennissen. En toen stortte mijn wereld in. Want ik was niet alleen Nederlands, dat zou nog wel kunnen kloppen gezien mijn kwart van dat bloed, nee ik was Plat.

'Ge zijt een Tokkie,' grijnsde het Licht van Mijn Bestaan. Ma Flodder was er inderdaad niks tegen.  Toen besloot ik dat ze toch al de foute juwelen droeg en veel meer rimpels had. Valse Huisvrouwen, ze vallen door de mand. Ze werkt vast als rekkenvuller bij de C1000. Diamanten in uw oren zeggen compleet niks. Zeker niet als het de hare zijn.