17 november 2006

Naar de stad

Een hele week heb ik binnengezeten, en ik zit héél graag binnen , maar niet letterlijk de ganse week. Aangezien Vogel geen enkel ziektesymptoom vertoont en het vandaag toch redelijk aangenaam weer was, besloten we even de stad in te gaan.

Ik heb leuke dingen gekocht en we hebben zalige broodjes gegeten. Voor Vogel was er een kids pizza zijnde : gesmolten kaas op volkoren brood, niks bij, keicool (zo stond het er echt). Ze heeft er wel nauwelijks van gegeten dus we hadden beter de baby pizza genomen : gesmolten kaas op een half broodje, niks erbij, keilekker.

We moesten wisselgeld hebben voor de parking dus Geliefde ging even in de krantenwinkel iets kopen om te wisselen. Ik wacht met Vogel bij de automaat waar ze mij streng aankijkt en zegt : "Stelen mag toch niet". Natuurlijk niet, waarom zeg je dat? "Papa is toch gaan STELEN in de krantenwinkel?" NEEEEE Vogeltje, gaan WISSELEN !!! O help, ik hoop dat ze zo'n dingen niet op school zegt.

Naast ons in de parking staat een chique Jaguar met een chique oude man achter het stuur die blijkbaar slaapt. Ik kijk even om te zien of hij wel ademt. Ja dus. Ik vraag aan Geliefde of ik niet even moet checken of wel ok is, wie weet heeft hij wel een beroerte gekregen. Geliefde, totaal gespeend van empathie met de mensheid zegt "Ach nee, die ligt gewoon ladderzat te slapen". Ik, wél gezegend met menselijke gevoelens, wil toch persé gaan kijken, anders blijft dat in mijn hoofd spelen. Ik tik met mijn ring op het raampje en de man trekt een lodderig oog open. Ik doe mijn duim omhoog en lip : "alles in orde?". Hij knikt me vrolijk toe en steekt ook zijn duim op. Ladderzat dus. Geliefde heeft weer gelijk, maar ik ben tenminste gerust.